Dit is het dan

Er wordt aangeklopt (de bel doet het gewoon, maar men klopt hier graag) en gedachteloos doe ik open. Een wat smoezelig ogende, oudere man stapt zonder iets te zeggen naar binnen. Een jongen in even vieze kleren stapt hem achterna. Zijn handlanger? In een milliseconde denk ik dat ik een grote fout heb gemaakt. ‘Dit is het dan.’

Roze sloffen

De oudere man – de baas? – houdt een soort metalen stang in zijn hand. Hij kijkt me met een norse blik aan en mompelt iets, maar zijn accent is moeilijk te verstaan. Misschien wil hij mijn geld of mijn leven, maar als dat de bedoeling is moet hij toch wat duidelijker praten. Dan gaat zijn telefoon. Hij begint een uitgebreid gesprek waar ik ook niets uit op kan maken. Ik kijk de handlanger vragend aan, maar die tuurt ingespannen naar de vloer.

Assertief als ik ben wacht ik netjes tot de baas zijn telefoongesprek afrondt. Het is een bijzondere situatie, zo met zijn drieën in de gang. Ik op mijn roze sloffen, de twee mannen met hun modderschoenen en metalen spullen. Als ze echt kwaad in de zin hadden, dan zouden ze me toch niet eerst minutenlang laten wachten? Langzaam begint er iets bij mij te dagen over een klusjesman die langs zou komen om naar de verwarming te kijken. Zijn dit die behulpzame warmtebrengers? Ze zouden van tevoren bellen, maar ik begin te vermoeden dat dat niet veel geholpen zou hebben. Dat was ofwel een onbegrijpelijk, ofwel een heel stil gesprek geworden.

Kwetsbaar

Inmiddels heeft de baas zijn telefoon opgeborgen en hij begint weer te mompelen. Ik weet nu op welke woorden ik moet letten en vang tussen zijn samengeknepen lippen iets op wat lijkt op ‘heating’. ‘Sure, come on in,’ antwoord ik met iets wat moet lijken op hartelijkheid. Alsof ze niet al binnen waren.

‘Dit is het dan.’ De gedachte was even snel verdwenen als dat ze opkwam, maar toen ik het later in levenden lijve navertelde dacht ik er nog eens verbaasd aan terug. Heel even dacht ik dat de mensen die nooit de voordeur opendoen gelijk hebben. Dat de mensen die onderweg altijd hun hand op hun portemonnee houden het bij het rechte eind hebben. Dat de mensen die vinden dat je als vrouw eeuwig kwetsbaar bent toch niet overdrijven. Heel even dacht ik dat.

Reddende engelen

Misschien hebben ze ook wel gelijk. Eén keer op het verkeerde moment de voordeur opendoen kan funest zijn. Eén keer op de verkeerde plek een stukje hardlopen en je kan zomaar aangereden worden of neergestoken. Toch heb ik weinig veranderd sinds die ongemakkelijke situatie in de gang. Ik heb alweer een aantal keren de deur opengedaan voor kloppende vreemden en ik heb talloze rondjes hardgelopen over landweggetjes, helemaal alleen. Het alternatief is namelijk ook niet ideaal. Als ik de deur niet opendoe wordt er niets gerepareerd en als ik mijn rondjes niet ren word ik gillend gek. Ik blijf mezelf daarom maar voorhouden dat er meer potentiële reddende engelen rondlopen dan potentiële kwaadwillers. Dat helpt.

Wat ook helpt is dat ik steeds iets beter word in het ontcijferen van het accent dat met name de wat oudere mensen eropna houden. Dan kan zomaar blijken dat iemand net ergens aan het sleutelen is geweest en dat hij zijn handen niet heeft kunnen wassen. Of dat iemand nog in de leer is en daarom maar liever niet teveel zegt.

Maar mocht ik toch nog eens op mijn sloffen in de gang staan met een paar vreemde en onverstaanbare snuiters, dan is het in ieder geval warm. Dat hebben de baas en zijn handlanger toch mooi gefikst.


In oktober 2018 verhuisde ik naar Ierland. Op mijn blog vind je verhalen over het leven in mijn nieuwe woonland, en over de (geloofs)onderwerpen waar ik mij als freelance theoloog mee bezighoud.
Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *