“Voel eens aan mijn hart”

Ik ben nooit zo’n fan geweest van Amsterdam Centraal. Overal komen mensen vandaan, het ruikt er vreemd en ik mis er nogal eens mijn overstap.

Onzichtbare conducteur

Toch ontkom ik er af en toe niet aan om wat tijd op dit station door te brengen. Op een doordeweekse dag, aan het einde van de middag, rijdt mijn trein Amsterdam Centraal binnen. Ik sta in het middenstuk te wachten tot ik kan uitstappen, want ik heb zoals gewoonlijk een nogal krappe overstap van twee of drie minuten.

Naast me neuriet een beer van een vent zachtjes met zijn muziek mee. Achter me staat een meisje op vol volume van zich af te praten. “Ja anders rijdt die trein even dóór ofzo. Je doet het gewoon expres hè, eikel.” Ik zoek nog naar een telefoon of oortjes die duiden op een telefoongesprek, maar ze heeft het toch echt tegen zichzelf of tegen niemand in het bijzonder. “En dan moet ik straks vast weer rennen en dan mis ik deze ook en dan weet je het wel.” Misschien verwacht ze een reactie van een medereiziger, maar de man neuriet rustig verder en ik tuur geconcentreerd naar het perron dat inderdaad tergend langzaam aan ons voorbij trekt.

De overstap was al krap en dat is het nu helemaal. Zodra de deuren opengaan begin ik aan mijn sprintje. Trap af, trap op, nog tien treden, nog vijf, en dan hoor ik het geluid van dichtschuivende treindeuren. Ik moet altijd lachen als ik zie hoe mensen verdwaasd nog met hun vlakke handen de trein proberen tegen te houden dus daar begin ik zelf maar niet aan. Achter me denkt iemand daar anders over. Terwijl de trein in beweging komt ramt een meisje doorlopend op de knop om de deur te openen, ondertussen verwensingen roepend naar een onzichtbare conducteur.

Wildvreemden betasten

Ik buig me over mijn telefoon om te zien welke trein ik nu kan nemen. “Voel eens aan mijn hart,” hoor ik ineens dichtbij mijn oor. Als ik opkijk zie ik dat het hetzelfde meisje is als daarnet in het tussenstuk. Ze is volledig buiten adem en haar gezicht is rood aangelopen. Met haar hand op de plek waar ongeveer haar hart zit zegt ze nog eens: “Voel eens, hij bonst helemaal.” Het is niet mijn gewoonte om de borstkas van wildvreemden te betasten en ik kom niet in de verleiding om daar van af te wijken. Het meisje ziet er niet uit alsof ze op instorten staat dus ik doe zonder schuldgevoel een paar onopvallende stapjes bij haar vandaan.

Maar zo eenvoudig kom ik er niet van af. Mijn geliefde treingenote heeft namelijk besloten dat de NS app op mijn telefoon interessanter is dan die op haar eigen telefoon, en dus kijkt ze over mijn schouder mee. “Wat leuk, jij moet naar Dronten. Ik ga naar Lelystad.” Ze hijgt nog steeds en doordat ze zo dicht tegen me aan staat ben ik me plotseling heel bewust van mijn rugtas met daarin mijn laptop, tablet én portemonnee. Ik laat snel zien op welk perron ze moet zijn, met de tip om nu alvast te gaan lopen zodat ze straks niet weer hoeft te rennen.

Biodanza-associaties

“Wauw, jij bent écht behulpzaam,” zegt het meisje terwijl ze zich inderdaad richting de trap beweegt. In werkelijkheid ben ik op dit moment vooral écht gesteld op een beetje personal space. Ondertussen blijft de vraag die ze me stelde wel hangen. Er is lef voor nodig om iemand uit te nodigen om aan je hart te voelen, helemaal als je diegene niet kent. Het gaat me net iets te ver om dat letterlijk in de praktijk te brengen – ik krijg daar biodanza-associaties bij – maar het kan wel een opening zijn voor mooie gesprekken: niet wachten tot de ander uit zijn schulp kruipt, maar zelf de meest kwetsbare positie innemen en bereid zijn om te vertellen over wat jouw hart doet bonken of stilstaan.

Wat mijn eigen hart betreft: die gaat wel even flink tekeer wanneer ik mijn rugtas openrits en mijn portemonnee niet direct kan vinden. Ik graaf, graai en grabbel, en dan zie ik hem. Helemaal onderin. Ik heb Amsterdam Centraal weer overleefd.

Afbeelding: Andrew Nash
Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail