De genderneutrale kerk

“Lieve mensen.” De ouderling kijkt even de kerkzaal in voordat hij zijn welkomstwoord afmaakt. Een golf van licht gegrinnik trekt door de banken. Kiest hij weldoordacht voor deze aanspreekvorm, maakt hij een grapje of is hij zich überhaupt niet bewust van de hele genderdiscussie?

Goedemorgen allemaal

De Londense metro, de gemeente Amsterdam, de NS, allemaal willen ze in hun taalgebruik rekening houden met mensen die zich niet man of vrouw voelen. “Dames en heren” verandert in “goedemorgen allemaal”, “geachte aanwezigen” of “beste reizigers”.

Er is naar alle waarschijnlijkheid maar een kleine groep mensen die zich zowel man als vrouw of juist geen van beiden voelt. Maar toch, het gaat om het gebaar. Al zijn het in heel Nederland maar duizend mensen, dan zijn dat wel duizend individuen die zich voortaan éindelijk ook persoonlijk aangesproken voelen als er wordt omgeroepen dat hun trein vertraagd is. Dat gun je toch iedereen?

Bananen

Hoewel er op internet veel gegrapt en groepen wordt, denk ik dat veel mensen amper het verschil op zullen merken. Zij voelden zich al aangesproken en dat blijft zo. Voor anderen, al zijn het er maar weinig, kan zo’n kleine verandering in de woordkeuze van grote betekenis zijn. Zij worden een keer niet nodeloos herinnerd aan hun worsteling met dat wat voor anderen zo vanzelfsprekend is. Ik zie alleen maar winnaars.

Lastiger zou het worden als je “meneer” en “mevrouw” helemaal af zou willen schaffen. Wat zeg je dan als je ziet dat iemand bij de kassa zijn bananen vergeet mee te nemen? “Mens, u vergeet iets” of “beste kassagenoot, is dit van u”? Misschien zouden we het gewoon kort moeten houden met een “hé!” of “bananen!” (mijn favoriet) en dan hopen dat de juiste persoon zich aangesproken voelt.

Praktisch

Maar zover is het nog lang niet. Tot een volledig genderneutrale samenleving en dito taal zal het misschien wel nooit komen en volgens mij hoeft dat ook niet. Er zijn nu eenmaal jongens en meisjes, mannen en vrouwen, en in veel gevallen is het wel zo praktisch om dat onderscheid aan te houden. Je hebt woorden en afbakeningen nodig om mensen te kunnen aanspreken en indelingen te kunnen maken.

Tegelijk zijn er veel situaties te bedenken waarin het totaal niet relevant is om mensen aan te spreken op of te vragen naar hun man- of vrouw-zijn. Daar is nog veel winst te behalen. Dat geldt niet alleen voor omroepberichten in het openbaar vervoer en toespraken in de gemeente Amsterdam, maar zeker ook in de kerk.

Eén in Christus

Paulus was wat dat betreft zijn tijd ver vooruit.

U allen die door de ​doop​ één met ​Christus​ bent geworden, hebt u met ​Christus​ omkleed. Er zijn geen ​Joden​ of Grieken meer, ​slaven​ of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in ​Christus​ ​Jezus. (Galaten 3:27-28)

Paulus ontkent hier niet dat er zoiets bestaat als een man en een vrouw. Hij relativeert vooral het belang van sociale status, afkomst of geslacht. Al die dingen doen er niet toe, want de doop is voor iedereen gelijk en voor Jezus is iedereen gelijk. Onderlinge verschillen bestaan wel, maar ze zijn bijzaak geworden.

De dominee twijfelt even aan het begin van zijn preek. “Ik begin altijd met broeders en zusters,” zegt hij, “dus dat doe ik nu toch ook maar.” Om er daarna nog iets fermer aan toe te voegen: “Gemeente van onze Heer Jezus Christus.”

Afbeelding: JouWatch
Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail