Een vriendelijk mens langs de kant van de weg

Zaterdag 22 april, 18.15 uur. Normaal gesproken zou ik zeggen: etenstijd. Maar dit was niet normaal gesproken. Dit was het tijdstip waarop het startschot klonk voor de Halve van Nijkerk. Voor mij was deze halve marathon een bijzonder leerzame.

Start

Nog nooit deed ik mee aan een halve marathon-evenement (weg noch trail). De afstand is mij niet vreemd, maar het is toch altijd afwachten of je daadwerkelijk iets weet te presteren op het moment suprême. Helemaal als dat moment suprême ’s avonds moet plaatsvinden: het dagdeel dat ik het liefst mijd als het om hardlopen gaat. Als het even kan, dan wil ik deze halve marathon binnen de 1 uur en 45 minuten lopen. Dat zou een mooi uitgangspunt zijn voor mijn verder trailplannen.

Kilometer 1-7

Ondanks de drukte om me heen probeer ik mijn eigen tempo te vinden. Dat lukt, maar na een paar honderd meter lijkt het erop dat iemand anders precies hetzelfde tempo gekozen heeft. En dat niet alleen, het lijkt erop dat ze ook precies dezelfde stoeptegels uitgekozen heeft om haar schoenen neer te planten. Na ongeveer een kilometer begint dit echt op mijn zenuwen te werken. Ietsje meer dan zes en een halve centimeter onderlinge afstand zou toch wel prettig zijn. Helemaal als ze ook nog haar haren opnieuw in een staart gaat doen; ik ontwijk op het nippertje haar elleboog en besluit toch maar wat te versnellen.

Kilometer 8-14

De eerste kilometers zijn voorbijgevlogen. Met een derde van de afstand al achter de rug loop ik een minuut voor op schema. Er komt nog een gedeelte met tegenwind aan, dus misschien ga ik die buffer wel hard nodig hebben. De tegenwind blijkt echter vooral voor een andere uitdaging te zorgen. De mensen vóór mij tonen zich fanatieke rochelaars die elke tien seconden een nieuw ladinkje overleveren aan de grillen van de wind. Ik ga maar strategisch wat meer naar links lopen, haal af en toe iemand in en probeer me er niet teveel aan te ergeren. Dat lijkt ook de tactiek van de anderen te zijn.

Net wanneer ik geconcludeerd heb dat ik over de helft ben en dat mijn streeftijd binnen handbereik is, voel ik wat gerommel in mijn buik. Ik probeer er net zo mee om te gaan als met vervelende medelopers en tegenwind: vaststellen dat het er is, niet teveel aandacht aan besteden en rustig verder lopen.

Kilometer 15-21

Na kilometer 14 is het gerommel veranderd in een serieuze kramp. Rechtop blijven lopen, geen paniek, komt wel goed, zo houd ik mezelf voor. Nog een flink half uur, dan ben ik bij de finish en dus ook bij de toiletten. Afgezien van de krampen voel ik me bijzonder fit, dus als ik nog wat versnel kan ik dat half uur zelfs wat inkorten. Moet lukken. Met een positieve instelling kun je veel bereiken, maar een paar minuten later moet ik toch echt constateren dat de resterende zes kilometers te lang gaan duren. Tijd voor een plan B. Gelukkig staat mijn plan B al vrij snel langs de kant van de weg: een vrijwilliger in geel hesje, bij de oprit van een huis waar iemand fanatiek muziek staat te draaien. “Het is misschien een rare vraag,” begin ik, “maar…” – de man knikt begrijpend en wijst al naar het huis. “Sleutel zit in de voordeur.”

Als ik diezelfde voordeur weer uit kom stormen roept de oprit-dj door zijn microfoon “ja lieve mensen, daar gaat ze weer!” Niet mijn meest florissante moment; gelukkig woon ik tegenwoordig een provincie verderop. Ik bedank in het voorbijgaan het gele hesje en voeg me weer bij de stroom voorthobbelende hardlopers. Doordat ik zo slim ben geweest om uit automatisme mijn horloge te pauzeren weet ik niet precies hoeveel tijd ik nu heb om alsnog mijn doel te halen. Ik besluit die laatste kilometers maar gewoon flink door te rennen, op hoop van zegen. Na een tijdje herken ik enkele rochelaars die ik eerder heb ingehaald. Hoewel hun gewoontes wat onsmakelijk zijn, fungeren ze nu wel als handige bakens. De laatste kilometers gaan kriskras door een woonwijk. Het loopt niet echt prettig, maar de finish is bijna in zicht.

Finish

Tijdens het lopen was ik me steeds bewust van mijn tempo en mijn tijd. Toch vergeet ik bij het naderen van de boog helemaal om op de klok te kijken. Heel even weet ik alsnog niet of mijn plan geslaagd is. De online resultaten geven uitsluitsel: 1:43:55. Gelukt!

Dit is dus één van de redenen waarom het verstandig is om tijdens het trainen voor een langere afstand regelmatig mee te doen aan een evenement. Ik heb namelijk het nodige bijgeleerd: ’s avonds intensief lopen is echt niet voor mij weggelegd en ik moet nog eens kritisch kijken naar wat ik beter wel en niet kan eten op de dag van een wedstrijd. Maar verreweg de belangrijkste les: soms is een vriendelijk mens langs de kant van de weg alles wat je je wensen kunt.

Next up: 13 mei, Trailrun Wezep, 21 km.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

1 thought on “Een vriendelijk mens langs de kant van de weg”

Reacties zijn gesloten.