Walk of shame

Laatst las ik het in een online hardloopmagazine: de kracht van de allerbeste hardlopers is niet dat ze harder trainen dan ieder ander, maar vooral dat ze zichzelf oefenen in de ‘walk of shame’ (wees gerust, het heeft niets te maken met Game of Thrones of ‘the morning after’).

Meewarige blikken

Wie ook hardloopt of heeft hardgelopen herkent het waarschijnlijk wel: je bent nog een paar kilometer bij je huis vandaan als je ergens een spiertje voelt trekken. Het loopt niet helemaal lekker, het voelt niet goed, en eigenlijk zou je het laatste stuk moeten gaan wandelen. Maar ja, kom op… wandelen? In je hardloopkleren? Juist dat laatste stuk loop je dwars door een woonwijk – je zit er niet op te wachten dat mensen je meewarig aankijken omdat je het blijkbaar niet volgehouden hebt.

Nee, je bent geen mietje. En dus ren je door, met een grimas op je gezicht. Soms is dat helemaal geen probleem en blijkt het een pijntje te zijn waar je even doorheen moest. Maar een andere keer is het mis. Je voelt het al na het douchen en anders wel als je de volgende dag opstaat of als je aan een volgend trainingsrondje begint. Pijn, alarmbellen, blessure. Je bent uit de running (haha) voor dagen, weken of maanden. Dat zal vanzelf blijken.

Slakkengangetje

De langeafstandslopers die verder komen dan ze zelf ooit voor mogelijk hadden gehouden, dat zijn de hardlopers die niet bang zijn voor die ‘walk of shame’. Die bij twijfel overschakelen naar een wandeltempo. Zij worden daar ook niet bepaald blij van, maar ze weten waar ze het voor doen: die richttijd, die marathon, die ultrarun, of misschien wel gewoon het vooruitzicht dat ze lekker kunnen blijven hardlopen. Het ritme waar ze nu van genieten willen ze niet laten onderbreken door een blessure.

Hardlopen lijkt nogal eens op het leven in het algemeen. De mensen die het het verst schoppen, die van het leven kunnen genieten, die lekker in hun vel zitten, dat zijn vaak de mensen die weten wanneer ze op de rem moeten trappen. Beter nog: dat zijn de mensen die zich er überhaupt niet voor schamen om zich in een slakkengangetje voort te bewegen als dat soms een keer nodig is. Meewarige blikken doen hen niet zoveel, ze weigeren zichzelf voorbij te rennen. ‘Slow me down, Lord’ is hen op het lijf geschreven.

Inspiratiemotor

Mijn knieblessure kwam uit de lucht vallen, daar hielp geen ‘walk of shame’ meer aan. En al had ik het wel kunnen voorkomen, dan was ik waarschijnlijk doorgerend. Op goed geluk. Mijn lopersknie heeft mij de afgelopen tijd alsnog vliegensvlug geleerd wat het betekent om inderdaad te moeten afremmen, te moeten wandelen, zelfs op prutafstandjes waar je normaal gesproken je veters niet voor zou strikken. Mijn warming up en cooling down duurden samen langer dan mijn trainingsrondje. En tijdens het lopen was ik dan ook nog eens vooral aan het voelen of ik niet al een pijntje voelde opkomen. Waardeloos vind ik dat. Een ‘walk of shame’ op zijn tijd, daar kan ik in komen. Maar als je meer aan het wandelen bent dan aan het rennen, dan verandert een uitlaatklep en inspiratiemotor in een bron van frustratie en een futloze tijdverspilling.

De afgelopen weken ben ik daarom maar op andere manieren bezig gegaan. Gerekt en gestrekt, geoefend en getraind op spiergroepen waarvan ik soms niet eens wist dat ik ze had. Maar wel met een doel: er moet weer gerend kunnen worden, de motor weer aangezwengeld. Mijn nieuwe schoenen liggen mij sinds gisteren aan te staren, uitdagend grijnzend door een kiertje van de doos, dus ik ga het dit weekend gewoon maar weer eens proberen. Met of zonder wandelen – die ‘shame’ is er intussen toch wel van af.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *