Vreemd verhaal: de dronken Noach

Het is een verhaal dat elk kind wel meekrijgt: het verhaal van de ark van Noach. Aangezien we kinderen al vanaf hun geboorte massaal alle dierengeluiden aanleren is dat ook niet zo gek. In het verhaal van Noach gaan alle dieren twee aan twee de grote boot in, en na een flinke overstroming komen ze er allemaal weer vrolijk uit. Het hondje doet nog steeds waf, het kippetje nog steeds toktok en het schaapje nog steeds bèèèèh. En toen kwam er een olifant met een grote snuit, en die blies het verhaaltje…

Slotstuk

… nog niet helemaal uit. Hoewel het verhaal van de ark van Noach op zichzelf al een ongewoon verhaal is, wordt mijn aandacht namelijk vooral getrokken door het laatste stukje. Nadat God een verbond heeft gesloten met Noach, met de regenboog als symbool, komt er nog iets:

20 En Noach werd landbouwer en plantte een wijngaard.
21 Hij dronk van de wijn en werd dronken; en hij ontkleedde zich midden in zijn tent.
22 En Cham, de vader van Kanaän, zag de naaktheid van zijn vader en vertelde het aan zijn beide broers buiten.
23 Toen namen Sem en Jafeth een kleed, legden het op hun beider schouders, liepen achteruit en bedekten de naaktheid van hun vader, met het gezicht afgewend, zodat zij de naaktheid van hun vader niet zagen.
(Genesis 9:20-23, HSV)

Groen en gezellig

Het is een toevoeging die je niet verwacht en die ook niet vaak gelezen wordt. Meestal stoppen we met lezen bij Gods belofte dat er nooit meer zo’n grote overstroming zal komen, en met de regenboog. Op het eerste gezicht lijkt het ook logischer om het verhaal hier te laten ophouden. Het gevaar is geweken, alle levende wezens kunnen zich weer gaan voortplanten, de aarde wordt weer groen en gezellig.

Maar dan besluit Noach dus om de fles open te trekken. Tenminste, zo las ik het altijd: ‘de ark is nog niet aangespoeld of die vrome Noach, die zojuist nog het voortbestaan van de mensheid heeft veiliggesteld, zit al aan de wijn.’ In werkelijkheid zit er natuurlijk wel een paar jaar tussen het einde van de zondvloed en Noachs wijnfestijn. In de tekst staat namelijk dat hij wel eerst een wijngaard moest planten. Voordat de druiven volgroeid zijn, de oogst achter de rug is en de wijn gemaakt kan worden is Noach minstens twee jaar verder.

Wijnfestijn

Feit blijft dat als die wijn er dan eenmaal is, Noach al snel teveel drinkt en zich middenin zijn tent uitkleedt om daar vervolgens zijn roes uit te slapen. Op zich begrijpelijk dat Noach dronken wordt, hij zal immers niet veel gewend geweest zijn. Toch is het opmerkelijk dat er helemaal niets verteld wordt over gebeurtenissen die plaatsvonden in die paar jaar die nodig waren om de wijn te kunnen maken, maar dat Noachs dronkenschap wél nog even expliciet benoemd wordt.

Ik kan alleen maar gissen naar de reden waarom dit opvallende verhaal blijkbaar toch moest worden doorgegeven aan het nageslacht. Misschien is het een soort waarschuwing, een herinnering aan wat er vóór de zondvloed gebeurd was.

Adam

In het Hebreeuws staat namelijk dat Noach ‘adamah was: een ‘man van de aarde’, een landbouwer, net als Adam. En zoals Adam zondigde door van een vrucht te eten, zo zondigt Noach door teveel van zijn wijn te drinken. De parallel gaat verder: nadat Adam van de vrucht had gegeten, schaamde hij zich ineens voor zijn naaktheid. Zou dat de reden zijn dat ook in het verhaal over de dronken Noach die naaktheid nadrukkelijk benoemd wordt? God koos Noach uit om de ark te bouwen, omdat hij “een rechtvaardig, oprecht man” was onder zijn tijdgenoten. Hij “wandelde met God”. (Genesis 6:9) Wil de schrijver hier misschien laten zien dat ook ná de zondvloed pure onschuld niet meer bestaat en dat schaamte nog steeds op aarde aanwezig is? Dat ook Noach niet bestand is tegen dit alles? Dat de regenboog een teken is van Gods verbondenheid, maar dat dat niet betekent dat er nooit meer iets mis zal gaan?

Je zou uit deze tekst ook nog kunnen concluderen dat God blijkbaar alle soorten mensen kan gebruiken om grote dingen te doen, ook dronkaards en naaktlopers. Hij vindt zijn weg wel met ons. En ook met alle dieren natuurlijk – waf, toktok, bèèèèh.

Afbeelding: Charles Haynes

Dit blog maakt deel uit van een serie over ‘vreemde verhalen’. Eerder verscheen: kaalkop. Is er een ander ‘vreemd verhaal’ waar jij wel eens wat meer over zou willen lezen? Reageer hieronder of op Facebook!

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail