Genieten in het licht

Prediker 11:7-10

Prediker begint aan zijn nawoord. Zijn boek zit er bijna op. En wat was het een boek! In korte hoofdstukken, afgebakende alinea’s en pakkende spreuken heeft Prediker het leven weten vast te pakken.

Tijd en eindigheid, werk en geld, vriendschap en liefde, drukte en rust, spreken en zwijgen, weten en gissen, rijkdom en armoede, wijsheid en dwaasheid, leven en sterven, … alle aspecten van het leven in een notendop. Het lijkt alsof Prediker tijdens zijn zoektocht en tijdens het schrijven steeds meer grip krijgt op wat hij wil zeggen. Aan het einde van hoofdstuk 11 begint hij een soort slotoffensief. In de laatste zinnen die hij schrijft drukt hij de lezers nog één keer op het hart waar het hem om gaat.

Genot

7 Het licht is een genot. Wat een weldaad voor de ogen om de zon te zien! 8 Wanneer een mens lang leeft, laat hij dan van elke dag genieten en bedenken dat de dagen van de duisternis ontelbaar zullen zijn. De toekomst is niets dan leegte.
(Prediker 11:7-8, NBV)

Geniet van je dagen onder de zon. Dat is deel 1 van de conclusie van Predikers boek. Als iemand zich bewust was van eindigheid en zinloosheid, dan was het Prediker wel. Toch is dat voor hem geen reden om depressief te zijn. Integendeel: doordat hij sterfelijkheid en tijdelijkheid niet doodzwijgt ontstaat er voor hem juist ruimte voor de zoetheid van het licht. Verwonder je daarover, zegt hij. Geniet van elke zonnestraal, van elke dag die je gegeven wordt. Dompel jezelf onder in het licht! Duistere dagen komen er namelijk nog genoeg. En wat er dáárna komt, dat is hier en nu onzichtbaar en ongrijpbaar. Hebel, dat is het. Het leven dat je nu leeft, het licht dat nu in je ogen schijnt, dat krijg je nooit meer terug – Predikers vroege versie van YOLO.

Ontzag

9 Geniet dus, beste vriend, van je jonge jaren, haal je hart op aan de dagen van je jeugd. Volg de wegen die je hart wil gaan, gun je ogen wat ze wensen. En onthoud bij alles wat je doet dat God je aan zijn oordeel onderwerpt.10 Belast je hart niet met verdriet en houd je lichaam vrij van kwalen, want je jeugd en jonge jaren zijn al snel voorbij.
(Prediker 11:9-10, NBV)

Heb ontzag voor God. Zoals in deel 1 van Predikers conclusie de lichte en donkere dagen tegenover elkaar worden gezet, zo is ook deel 2 tweeledig. Eerst lijkt Prediker te zeggen dat je, zolang je lichaam daartoe in staat is, alles moet doen waar je zin in hebt. Ren, spring, eet, drink, zing, dans, lach, reis, ontdek! Toch is er wel een ‘maar’. Of beter: een ‘en’. Volg je hart, streef naar geluk, en realiseer je dat je aan God verantwoording zult moeten afleggen over de manier waarop je dat doet. Die twee gaan hand in hand.

Dat geldt trouwens ook zeker vice versa: je ontzag voor God zou je er niet van mogen weerhouden om een gelukkig leven te hebben. Ontzeg jezelf geen onschuldige pleziertjes vanuit een onterechte angst voor God – dat zou zonde zijn, want de jaren vliegen voorbij. De Naardense Bijbel vertaalt prachtig: “verwijder verdriet uit je hart en laat kwaad aan je lijf voorbijgaan; want jeugd en morgenglans zijn ijl.”

En dat is waar Prediker zijn boek mee zal gaan afsluiten: met het verdwijnen van die morgenglans, de teloorgang van jeugdige kracht. Ik bewaar die bijzondere, poëtische woorden voor mijn laatste blog over Prediker. Aan alles komt een eind.


Dit blog maakt deel uit van een serie over Prediker. Lees hier de andere delen.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *