“Dit doe ik nooit meer”

“Dit doe ik nooit meer.” Meerdere keren schiet deze gedachte door mijn hoofd tijdens de Wisenttrail 2016. Hoewel de afstand (16 km) prima te doen is en ik intussen in mijn training ook de nodige trailkilometers weet in te bouwen, is deze trailrun er voor mij een vol pijn en moeite.

100%

De dag begint zo goed: eindelijk weer eens lekker geslapen, een trailwaardig ontbijt achter de kiezen, geen parkeerproblemen (hulde voor de organisatie!), een voorzichtig zonnetje in Ugchelen terwijl het in de rest van Nederland pijpenstelen regent – alle voortekenen zijn goed. Totdat de start nadert. Mijn horloge kan geen GPS-signaal vinden waardoor ik het eerste gedeelte niet kan opnemen. Pas als we al een paar kilometer onderweg zijn geeft mijn horloge eindelijk het 100%-bliepje.

Maar terwijl ik het bliepje hoor voel ik me zelf allang niet meer zo 100%. Vermoeid gevoel in mijn benen en de rest van mijn lijf, steekjes hier en daar, een slapende rechterhand, en dus die gedachte: “Dit doe ik nooit meer.” Ik weet niet precies hoe ver het nog is, ik weet alleen dat de drinkpost op 12 km zou moeten zijn. Dat wordt dus mijn mikpunt, daarna is het nog maar 4 km naar de finish.

Hobbelen en ploeteren

wisenttrail1De route is mooi, het is vrijwel onmogelijk om te verdwalen en smalle en bredere stukken wisselen elkaar goed af. Inhalen is op die brede stukken geen probleem en dat gebeurt dus ook veelvuldig. In mijn optimisme was ik redelijk vooraan gestart, met als gevolg dat ik tijdens de race een flink aantal mensen moet laten passeren. Het gaat bij trailrunning – voor mij althans – niet om gemiddeldes en podiumplaatsen, maar nu ik voor mijn gevoel zo loop te hobbelen en te ploeteren werp ik af en toe toch maar even een blik op mijn tempo. Het valt me wonderbaarlijk mee: zo’n 5:30 per km (11km/u), dat kan veel slechter. Ik probeer toch maar wat te genieten van de natuur om me heen, al word ik danig afgeleid door een rochelende medeloper die mijn slipstream heeft gekozen.

Een banaantje meer of minder

Zodra de drinkpost voor me opdoemt weet ik in ieder geval weer hoe ver het nog is. Op de laatste hellinkjes kom ik een paar lopers tegen die mij eerder inhaalden (stiekem is dat natuurlijk wel even lekker). Mijn houding lijkt helemaal nergens meer op, maar ik kom vooruit en dus ik vind het wel gezegend. In 1:27:22 bereik ik na 16 km aanmodderen de finishlijn.

Helemaal niet gek, als je bedenkt dat ik een aantal weken geleden de Bergrace (14 km incl. files) in 1:27:59 liep. Toch zou ik de volgende race wel iets comfortabeler willen lopen. Dat kan niet zo moeilijk zijn: een banaantje meer of minder eten, harder of juist minder hard trainen, sneller of langzamer beginnen? Misschien had ik de afgelopen weken wel gewoon wat meer moeten slapen. De Tour win je in bed, trailruns vast ook.

Asfalt, mensen, lawaai

“Dit doe ik nooit meer.” Dat meen je natuurlijk niet echt tijdens zo’n run. Je denkt het een x aantal keer, afhankelijk van de afstand, maar uiteindelijk kijk je na afloop alweer uit naar de volgende. Liefst eentje die nog net wat verder en moeilijker is. Voor mij zou de eerstvolgende run de Gaasterlandtrail (20,5km op 15 oktober) worden, maar door een spontane actie loop ik op 18 september eerst nog de Dam tot Damloop. Dat is dus zo’n evenement dat voor mij één van de redenen is om aan trailrunning te doen. Teveel asfalt, teveel mensen, teveel lawaai. Maar eigenlijk heb ik nog nooit aan zo’n massaevenement meegedaan, en je weet wat ze zeggen over een gegeven paard … Wederom 16 km dus, maar nu van Amsterdam naar Zaandam. Ik ben benieuwd, zou dit dan écht een “Dit doe ik nooit meer” worden?

Next up: 18 september, Dam tot Damloop, 16 km.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *