Naast het podium

“Balen is dat hè, als je dan net vierde wordt,” zei hij tegen me. “Nu val je er precies buiten.”

Een stuk komkommer

Ik had net een trailrun gelopen. De Bergrace, een ronde van 14 kilometer in de buurt van Lunteren. De beste man had deels gelijk. Ik baalde inderdaad als een stekker. Niet omdat ik vierde was geworden – daarover later meer – maar omdat het allemaal niet naar mijn zin ging. Als een klein kind dat een stuk komkommer krijgt terwijl het gevraagd had om een koekje, zo baalde ik.

Op weg naar Lunteren reed ik 70 op de snelweg omdat de hagel met bakken naar beneden kletterde. Al lopende van de parkeerplaats naar de start regende ik kletsnat en realiseerde ik me dat ik de kleren die ik droog wilde houden nog aan had. De start verliep rommelig, maar ik was blij dat ik onderweg was: 14 kilometer rennen, 14 kilometer alleen bezig zijn met je volgende stap, 14 kilometer geen gezeur of gedoe.

Avondvierdaagse

Ha, dat had ik gedacht. Na een paar honderd meter belandde ik in een file. Snelheid: langzaamlopend tot stilstaand. De dames achter me bespraken luid hun aankopen van de afgelopen zaterdag, het meisje voor me neuriede een liedje. In ganzenpas schuifelden we het smalle paadje de helling op, om vervolgens bij de afdaling weer in een opstopping terecht te komen. Ik zuchtte eens diep en voelde frustratie en chagrijn opborrelen. Een stuk naar achter hoorde ik de dames nog steeds kakelen, het meisje nog steeds neuriën.

Mijn horloge gaf inmiddels een gemiddelde snelheid aan van 15 minuten per kilometer. Vier hele kilometers per uur. De avondvierdaagse lopen gaat nog sneller. Van tevoren had ik gezegd dat als ik de lat heel laag legde, ik toch alsnog binnen anderhalf uur binnen moest zijn. Met dit tempo zou ik er wel een paar uur over gaan doen.

Na enkele kilometers lagen de hellinkjes wat verder uit elkaar en werden de paden breder. Ik kon inhalen, ik kon rennen. Met een gezicht dat op onweer stond, dat wel, maar rennen zou ik. Nu begon het daadwerkelijk op een trailrun te lijken. Ik kon mijn ritme zoeken en alleen bezig zijn met mijn volgende stap, op een nat parcours met modder, mul zand, takken en boomwortels. Dát was het koekje dat ik zo graag wilde hebben.

Top 5

En zo finishte ik in 1:27:59, toch nog binnen de anderhalf uur. De echte trailrunners, de brutalen, de ervaren doorbijters waren vast allang binnen. Die waren ongetwijfeld dwars door de struiken gegaan om links en rechts de file in te halen. Toch hoorde ik plotseling mijn naam omgeroepen worden. De top 5 werd bekendgemaakt, met ene Lianne Post op plaats 4.

Ik nam mijn plekje in naast het podium, een bloem en een waardebon in de hand. “Balen is dat hè, als je dan net vierde wordt,” zei de omroeper tegen me. “Nu val je er precies buiten.”

Nee hoor, dacht ik bij mezelf, ik sta hier goed. Ik heb nog een lange weg te gaan, maar dit smaakt naar meer. Doe mij er nog maar een. Wel zonder files dan, alstublieft.

Next up: 4 september, Wisenttrail, 16km.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

1 thought on “Naast het podium”

  1. Haha, je gezicht sprak boekdelen toen je ongeveer 3 km gelopen had….frustratie en chagrijn….Gelukkig ging het daarna beter!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *