Veertig dagen bidden – de eerste week

Klinkt leuk hè, veertig dagen bidden. Prima te overzien, iedereen is in deze periode wel ergens bewust mee bezig dus je sluit je gewoon aan. Ha, valt dat tegen.

‘Stille tijd’

Voor mij tenminste wel. Ik kom er ook deze keer weer achter dat ik niet zo goed ben in dat wat door velen ‘stille tijd’ wordt genoemd: een bepaalde tijd alle apparaten uit, stilte om je heen, Bijbel open, lijntje met God open, lezen en bidden.

Er zijn allerlei excuses te verzinnen, maar geen één is steekhoudend. ‘Ik kom er niet aan toe’ vind ik vaak een beetje zwak. Als je iets echt graag wilt doen, dan zorg je gewoon dat je er aan toe komt. Blijkbaar wil ik het niet graag genoeg. Blijkbaar vind ik andere dingen belangrijker dan ‘stille tijd’.

Mijn prioriteiten lopen soms nogal scheef – wat ik zeg en wil komt niet altijd overeen met wat ik doe. Ik slaag er tot nu toe niet in om vaste momenten vrij te maken om te bidden met de Bijbel, maar ik ga dat in de resterende weken wel alsnog proberen. Ondertussen zijn de eerste tien dagen zeker niet nutteloos geweest; die dagelijkse stukjes uit Johannes hebben wel degelijk invloed op mijn dagelijks leven, zij het op een andere manier.

‘Aan het typen…’

Ik bid vaak op een manier die te vergelijken is met het contact dat ik heb met sommige van mijn vriendinnen. Door de week heen sturen we elkaar regelmatig berichtjes – de ene keer hele verhalen op één dag, de andere keer elke dag een paar losse zinnen. Soms zijn het doorlopende gesprekken, andere keren sturen we gauw even iets naar elkaar wanneer we iets moois tegenkomen of wanneer we aan de ander denken. De blauwe vinkjes blijven best wel eens een aantal uren of dagen staan zonder dat er een antwoord komt. Dat geeft niet, je weet dat de ander je niet vergeet.

Met de uitspraken van Jezus in het Johannesevangelie gaat het bij mij nu net zo. Jezus stuurt als het ware elke ochtend om 7 uur een appje. Het gebeurt wel eens dat ik direct reageer, maar het komt ook voor dat ik er gedurende de dag telkens even aan denk zonder dat ik bewust antwoord. Alsof er de hele dag ‘aan het typen…’ staat en dat Jezus dan pas ’s avonds laat een kort berichtje van me terug krijgt.

Het valt me tot nu toe op hoe goed Jezus’ ‘appjes’ aansluiten op mijn dagelijks leven. Ik pik er even een paar uit, misschien helpt het jou ook op weg in de manier waarop je met de teksten omgaat.


2

Dag 2: “Volg mij.”

Ik schommel al weken heen en weer tussen Engeland en Nederland, tussen gevoel en verstand. Vanuit verschillende hoeken krijg je dan de goede raad om het een of het ander te volgen. En net als ik denk dat ik klaar ben met schommelen dan begin ik weer te twijfelen aan mijn gevoel, dan wel mijn verstand. Jezus’ raad maakt een einde aan al dat misselijkmakende geschommel en gedraai: “Volg mij.” Klaar.


9

Dag 8: “Nooit meer dorst krijgen.”

Ik las de tekst voordat ik op de fiets stapte en ik schatte zo in dat ik tijdens mijn anderhalf uur durende treinreis wel genoeg gelegenheid zou hebben om rustig te bidden. Dat plan dreigde in de war gegooid te worden door hypotheekrapporten en andere vermoeiende documenten, maar God stuurde een reminder in de vorm van twee medereizigers. Tegenover mij zaten een nonchalant ogende puberjongen inclusief afzakbroek en een gestreste zakenvrouw die vóór Amsterdam Centraal haar make-up moest zien aan te brengen. De afzakbroek werkte in 20 minuten tijd twee blikjes Bacardi & Cola weg (het was 9 uur ’s ochtends), de make-up toverde een doorzichtige literfles tevoorschijn met daarin een onooglijk groen goedje dat waarschijnlijk heel gezond was. Ze kreeg de fles niet leeg (de make-up kwam wel af). Bij elke slok die ze nam moest ik zelf ook even slikken. Nooit meer dorst krijgen… even dacht ik dat dat voor mij waarheid zou worden na deze aanblik.


10

Dag 9: “Dat ben ik, degene die met u spreekt.”

Jezus zei dit tegen een vrouw met wie hij al even stond te praten. De Messias stond vlak voor haar neus, maar ze had daar geen flauw benul van. Ze was nog steeds op hem aan het wachten: “Straks, als hij er is, dan zal het allemaal duidelijk worden.” Maar Jezus was er al, hij stond voor haar gezicht te zwaaien en zij stond met open ogen te slapen. Volgens mij doe ik dat ook. Dan verstuur ik als het ware tien appjes naar Jezus en zucht ik omdat hij niets terugstuurt, terwijl ik gewoon mijn geluid uit heb staan.


Dat geluid staat nu wel aan, en Jezus heeft de komende weken nog genoeg te vertellen. Nu alleen nog de tijd nemen om te antwoorden – noem het ‘stille tijd’. Dertig dagen te gaan.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *