Krommiteiten

Prediker 7:13-14

Na een flinke Predikerpauze heb ik besloten nu echt de draad weer op te pakken. (Mocht je de eerste helft gemist hebben, je vindt de eerdere afleveringen in de categorie Prediker.) Het is even inkomen, maar gelukkig grijpt Prediker in hoofdstuk 7 nogal eens terug op dingen die hij eerder ook al heeft besproken.

13 Bezie het werk van God: wie maakt recht wat hij krom heeft gemaakt? 14 Geniet dus op de goede dagen van het goede, maar zie op de slechte dagen in dat God naast de goede ook de slechte dagen heeft gemaakt. Geen mens kan in de toekomst zien.
(Prediker 7:13-14, NBV)

Het werk van God

Het wordt wel eens gezegd van mensen die een vlotte babbel hebben: ‘die kan nog recht praten wat krom is’. Meestal gaat het dan om iets wat niet klopt, wat scheef of oneerlijk is. Maar hoe zit dat met God? Die maakte toch alleen maar dingen waarvan hij zag dat het goed was?

Prediker zegt in vers 13 iets wat we eigenlijk liever niet horen: blijkbaar zijn er dingen die door God krom zijn gemaakt. Noem het zondeval of vrije wil, noem het Gods ondoorgrondelijke wegen of de macht van de duivel, feit is dat er linksom of rechtsom nogal wat kroms de wereld in is geslopen. En op de een of andere manier moet God daar wel iets mee te maken hebben. Ik weet niet of je kunt zeggen dat God dingen krom heeft gemaakt, misschien bedoelt Prediker ook wel dat het voor ons lijkt alsof dat zo is. Eerder schreef hij namelijk al:

11 God heeft alles wat er is de goede plaats in de tijd gegeven, en ook heeft hij de mens inzicht in de tijd gegeven. Toch kan de mens het werk van God niet van begin tot eind doorgronden. … 14 Alles wat God doet, zo heb ik vastgesteld, doet hij voor altijd. Daar is niets aan toe te voegen, daar is niets van af te doen. God doet het zo opdat wij ontzag voor hem hebben.
(Prediker 3:11,14 NBV)

Volgens Prediker hoeven we dus niet tot in den treure te blijven piekeren over hoe God het nu allemaal precies bedacht heeft met zijn schepping, die ongelooflijk mooi is maar die tegelijkertijd ook piept en kraakt. Gods werk is niet van begin tot eind te doorgronden, en in zijn eerste hoofdstuk wist Prediker al dat wat krom is niet recht kan worden gemaakt (1:15).

Goede en slechte dagen

Toch heb ik niet het idee dat Prediker vindt dat we maar apathisch moeten toekijken hoe Gods werk zich – inclusief krommiteiten – voor onze neuzen ontvouwt. Hij zet zijn vraagtekens bij wat een mens nu echt kan weten en bereiken, maar hij moedigt wel aan tot ondernemen en inspanning leveren om vervolgens te kunnen genieten (bijv. 2:24; 3:22; 5:17). Tegelijk probeert hij zo goed en zo kwaad als het gaat te accepteren dat het leven zowel goede als slechte dagen met zich meebrengt. Dat doet hij op een bijzondere manier die je zomaar over het hoofd zou kunnen zien.

Prediker schrijft in vers 14 niet “Geniet dus op de goede dagen van het goede, zodat je op de slechte dagen iets leuks hebt om op terug te kijken” – nee, hij zegt: “Geniet dus op de goede dagen van het goede, maar zie op de slechte dagen in dat God naast de goede ook de slechte dagen heeft gemaakt.” Dat vind ik mooi: Prediker leeft niet in een sprookjeswereld en hij doet niet alsof zijn leven één groot feest is. Hij doorleeft elk moment samen met God, ook de momenten waarop niet bepaald iets te vieren valt. Hij moffelt de slechte dagen niet weg én hij moffelt God niet weg.

Dat is ook in lijn met de afwegingen die hij eerder in hoofdstuk 7 maakte: dood, rouw en berispingen, krommiteiten en slechte dagen, ze horen allemaal bij de realiteit van het leven dat Prediker zo intens onderzoekt. En Prediker doorleeft die realiteit. Hij plukt de dag – de goede en de slechte.


Dit blog maakt deel uit van een serie over Prediker. Lees hier de andere delen.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *