Het feest van het wachten

Voor veel mensen is wachten niet echt een geliefd tijdverdrijf. Toch is dat juist wat advent inhoudt: bijna een maand lang vrijwillig en bewust wachten op wat komen gaat.


Een trein die vijf hele minuten vertraging heeft, een pianomuziekje afgewisseld met een vriendelijke stem die “nog negen wachtenden voor u” meldt, een lange rij voor de kassa, een trage internetverbinding – het zijn allemaal situaties die ik als het even kan graag vermijd. Wachten is vervelend, en zelfs als ik niet heel druk ben vind ik het alsnog zonde van mijn tijd. Ik heb wel wat beters te doen dan stilstaan omdat een ander niet opschiet.

Kaarsjes

En dan is er advent. Een periode die elk jaar weer terugkomt, waarin christenen over de hele wereld zich voorbereiden op het feest van Jezus’ komst in deze wereld. Vier weken lang collectief wachten. Dat wat we altijd proberen te ontwijken, zoeken we nu moedwillig op met zijn allen. We organiseren er zelfs een ritueel omheen: vier kaarsen worden tergend langzaam aangestoken, één per zondag, alsof we onszelf er met een visuele herinnering nog eens extra op willen wijzen hoe lang het allemaal duurt.

Als er een feest is waar kaarsjes bij komen kijken, dan doen we meestal juist het tegenovergestelde: we prikken ze in een taart, steken ze achter elkaar aan en willen ze daarna het liefst in één keer uitblazen. Even een wens doen en aanvallen maar. Maar bij advent gaat het nu eens niet om het uitblazen en het vlug pakken wat je pakken kan. De betekenis zit hem juist in het aansteken en in het nog even blijven verlangen. Het doelbewust, geleidelijk aansteken van kaarsen laat precies zien waar het bij advent om draait: je voorbereiden op de komst van het Licht, dat gaat niet zo één-twee-drie(-vier). Door het elke week een klein beetje lichter te maken komen we steeds wat dichter naar dat grote Licht toe.

Het ware licht

Natuurlijk gaan we het met alle kaarsen van de wereld nog niet redden om ook maar in de buurt te komen van “het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam.” (Johannes 1:9) Maar het kan geen kwaad om in ieder geval symbolisch elke week een stapje extra in de richting van dat ware licht te doen. Niet grote stappen, snel thuis, maar schuifelend. Voetje voor voetje, vlammetje voor vlammetje in de richting van dat grote feest.

Als je langzaam loopt en af en toe eens ergens stil staat om te wachten, dan hoeft dat helemaal geen zonde van je tijd te zijn. Wachten geeft je de ruimte om wat gebeurd is nog eens te overdenken, om werkelijk te zien wat er om je heen gaande is, en om te mijmeren over wat er straks zal gaan komen. Niet hollen, maar welbewust stilstaan. Daarmee schiet je soms meer op dan je denkt.

 

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *