De man in de baai

Als je op vakantie bent maak je nog eens wat nieuws mee. Je slaapt op vreemde plekken, eet ander eten, deelt je dag anders in en verkent onbekende omgevingen. Maar wat wij tijdens onze vakantie in Wales meemaakten was toch wel extra vreemd.

Wales heeft een bijzondere kust met kliffen die vaak tientallen meters hoog zijn. De echte durfal abseilt met een flink tempo van de verticale rotsen naar beneden, maar ik vind het voldoende om af en toe even over de rand te kijken. Het blijft telkens weer een afweging: aan de ene kant wil je zoveel mogelijk zien hoe de golven tegen de rotsen beuken en hoe vogels zich op de wind laten meevoeren, maar aan de andere kant… het zal je maar gebeuren dat je naar beneden valt, dan is het toch redelijk snel einde verhaal.

SAM_3281

Soms zie je als je naar beneden kijkt een inham in de rotsen, een baai met een strandje waar bijna nooit een mens zijn voetafdruk in zal planten. Er is geen lift, geen trappetje naar beneden, geen touwladder. Heel soms liggen er een paar zeehonden, maar meestal zijn het vooral de vele zeevogels die er onder luid geschreeuw hun privégebied van maken. Af en toe spoelt er wat afval aan – lege blikjes, plastic tasjes, een verdwaalde regenponcho.

Maar op één dag keek ik naar beneden, een baai in, en ik zag iets heel anders dan dieren of afval. Ik zag een mens. Echt, ik wist het zeker. Het was een man – met zijn armen gespreid en zijn benen losjes uit elkaar dreef hij daar op de golven van de Ierse Zee. Zijn lichaam bewoog mee op het ritme van het water en van een afstandje dacht ik te zien dat zijn gezicht uitdrukkingsloos was. Hij zwom niet, hij dobberde. Zijn spieren deden niets, zijn lichaam was slap. Zijn huid was blank, wit, bleek – lijkbleek. Na een aantal seconden wist ik het zeker: we moeten hulp zoeken, iemand aanspreken, het alarmnummer bellen.

Met knikkende knieën liepen we terug naar een plek waar we zojuist nog mensen waren tegengekomen, maar nu was er natuurlijk in geen velden of wegen iemand te bekennen. Compleet besluiteloos liepen we toch maar weer terug naar de baai, om… ja, om wat eigenlijk?

Ook al wilde ik het beeld eigenlijk niet nog een keer op mijn netvlies prenten, ik keek toch weer over het randje. Misschien was de man inmiddels wel aangespoeld, misschien was hij al door anderen gezien, misschien konden we toch nog iets doen.

Niets van dat alles. De man was niet aangespoeld, we waren nog steeds alleen, we konden nog steeds niets doen. Het lijkbleke lichaam dat net nog op de golven ronddobberde stond zich op het strand af te drogen met een lichtblauw handdoekje. Zijn bewegingen waren traag, maar het waren wel degelijk de bewegingen van een levende.

Met nog steeds een enigszins ongemakkelijk gevoel vervolgden we onze klifwandeling, nu met toch iets meer terughoudendheid af en toe naar beneden kijkend. De man die ons zojuist de stuipen op het lijf jaagde lieten we maar alleen met zijn handdoekje – waarschijnlijk zou hij ons verhaal toch niet zien als een compliment voor zijn uitstraling.

Als je op vakantie bent maak je nog eens wat nieuws mee. Wij weten nu een beetje hoe het voelt om zo’n wandelaar te zijn die ergens in de natuur op een levenloos lichaam stuit. En we hebben een heel klein beetje een idee van hoe het is om iemand uit de dood te zien opstaan. Doe mij dan toch maar dat laatste.

SAM_3379

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *