Kerst in april

Je kan momenteel in Engeland geen website openen en geen televisieprogramma kijken zonder één en hetzelfde spotje steeds weer voorbij te zien komen. De eerste keer dat ik hem zag, dacht ik dat het iets te maken had met discriminatie of mensenrechten.

Maar nee. Het is verkiezingstijd en de overheid roept iedereen op om zich in te schrijven (daarvoor hoef je niet eens op reis te gaan naar je geboorteplaats, dat kan gewoon via internet). Registreer je je niet, dan mag je niet stemmen. Eigen schuld, dikke bult.

Nobody likes to be told we can’t do something

Ik dacht bij de woorden uit het spotje niet direct aan mensen die te lui zijn om een registratieformuliertje in te vullen. Ik dacht aan mensen die in bootjes ronddobberen op de Middellandse Zee – aan mensen die verdrinken, aan mensen die ternauwernood gered worden en aan mensen die vervolgens in Europa ook geen stap verder komen. Ook dacht ik aan de mensen die op ‘Vaderlandse’ Facebook-pagina’s juichen over de grote aantallen vluchtelingen die de afgelopen week verdronken. De drenkelingen verdienen volgens veel ‘echte Nederlanders’ geen medelijden: die asielzoekers maken er in hun eigen land een zooitje van en willen dan in Nederland komen meeprofiteren van ‘onze’ banen, ‘onze’ gezondheidszorg, ‘onze’ scholen, ‘onze’ welvaart.

Ik vind het moeilijk om al die dingen te zien als iets wat ‘van ons’ is. Persoonlijk heb ik er namelijk vrij weinig voor hoeven doen om elke dag te eten te krijgen, om (als meisje!) veilig naar school te kunnen, om een heerlijk bed te hebben, om te kunnen geloven wat ik wil en om te kunnen zeggen wat ik wil. Het enige wat ik heb gedaan om die rechten te verdienen, is in Nederland geboren worden. Het toevallige feit dat mijn ouders Nederlanders zijn heeft mij een Nederlands paspoort opgeleverd, waardoor ik in veel landen met open armen ontvangen word. Zo willekeurig is het. Net zo willekeurig als het spotje op het eerste gezicht lijkt. “Some people can come in, some people can’t.”

Gelukszoekers

Zo is het nu eenmaal. In Nederland is geen plaats voor gelukszoekers. Mensen zonder papieren zetten we het liefst op straat, dan zijn we er vanaf. Want menselijke waardigheid – een maaltijd, een slaapplaats, een douche – is alleen voor hen die dat recht ‘verdiend’ hebben.

Stel dat wij in een land als Syrië geboren zouden zijn, dan zouden we daar natuurlijk gewoon het poldermodel invoeren en overal lekker over discussiëren, genieten van de bloedhete zomers en de strenge winters en het allemaal zien als een lange kampeervakantie. Onze kinderen zouden het best prima volhouden met één maaltijd per twee dagen en een tekort aan schoon drinkwater zouden we zelf wel even oplossen met een dijkje hier en een kanaaltje daar. Het dagelijkse geweld zouden we op de koop toe nemen, want wij kunnen wel tegen een stootje. En of de problemen nu een paar maanden, een paar jaar of een eeuwigheid zouden duren, wij zouden de rit wel uitzitten.

Plaats in de herberg

Natuurlijk komt niet elke asielzoeker uit een direct levensbedreigende situatie. Een deel kiest ervoor om niet te wachten tot zijzelf aan de beurt zijn en besluit te vertrekken, op zoek naar een leven in plaats van slechts overleven. Deze mensen willen wat elk mens wil: een veilig thuis, eten en drinken, onderwijs, gezondheid en fijne mensen om je heen. Uiteindelijk zijn we allemaal gelukszoekers. Het grote verschil is dat wij een stuk minder ver hoeven te zoeken om dat geluk te vinden. Wij kunnen lekker in onze knusse herberg blijven zitten en door een raampje naar buiten roepen dat er geen plaats meer is. Alsof we door onze geboorte een soort alleenrecht hebben verworven op geluk. Alsof die bootvluchtelingen op de Middellandse zee maar verstandiger hadden moeten zijn. “Was lekker thuis gebleven joh, doe ik ook. Eigen schuld, dikke bult.”

Nobody likes to be told we can’t do something. Dat geldt niet alleen voor Britse kiezers die door hun eigen laksheid niet mogen stemmen. Dat geldt ook voor mensen die in hun geboorteland niet kunnen leven en in andere landen niet mogen leven. Ik geloof niet zo in volle herbergen. Er is altijd nog wel een plaatsje vrij – noem het een buitenverblijf, of een stal. Ik hoop dat ‘Vaderlanders’ zich nog eens achter de oren zullen krabben en dat regeringen in actie gaan komen. In Nederland en in Europa als geheel. Misschien valt Kerst dan toch nog vroeg dit jaar.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

2 thoughts on “Kerst in april”

  1. Dag Lianne, ik had al een reactie geplaatst maar zie deze nu niet meer…nog es proberen 😉 Wat heb je dit mooi opgeschreven! Ik verbaas me ook over de reacties en vraag me regelmatig af waar die woede, dat onbeheerste vandaan komt…?

    1. Ha, dank voor je reactie – nu zie ik ’em. Ik hoop/ denk dat het deels voortkomt uit onwetendheid, dat zag je bijvoorbeeld ook in het tv-programma ‘Rot op naar je eigen land’. Maar dan nog…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *