Jezus en David

Veertigdagentijd – week 7, dag 3

In de afgelopen weken is wel duidelijk geworden dat zowel de gebeurtenissen rond Jezus’ kruisiging als de woorden die Jezus aan het kruis uitspreekt vaak verwijzen naar het Oude Testament (zie ook de tag Oude Testament). Dat is niet zomaar een literair kunstje, zoals er in een goed boek vaak een motief is dat door het verhaal heen meerdere keren terugkomt. Het is veel meer dan dat.

Jezus en het Oude Testament

Soms vormen de verwijzingen naar het Oude Testament een ‘bewijs’ dat Jezus de Messias is, de langverwachte bevrijder die profetieën werkelijkheid maakt. Op andere momenten laten de overeenkomsten met het Oude Testament zien dat Jezus zich zelf ook sterk verbonden voelde met de Joodse traditie. Hij zat als twaalfjarig jongetje al in de tempel tussen de leraren in, hij gebruikte citaten uit de Schrift om de verzoekingen van de duivel te pareren, hij durfde in de synagoge van Nazaret zelfs een profetie van Jesaja rechtstreeks op zichzelf toe te passen, en ook in zijn verdere onderwijs liet hij steeds zien dat hij goed op de hoogte was van de verhalen, wetten en profetieën uit het Oude Testament. Jezus gebruikt de taal van de Schrift om zijn boodschap duidelijk te maken.

Psalm 31

Ook de laatste zin die Jezus aan het kruis uitspreekt is terug te vinden in een tekst die eeuwen eerder al geschreven werd: Psalm 31, een psalm van koning David. David was op het moment van schrijven niet stervende, maar hij had wel veel vijanden die hem liever dood dan levend zagen. Hoewel hij ongetwijfeld bang was, schreef hij toch:

6 In uw hand leg ik mijn leven,
HEER, trouwe God, u verlost mij.

Uit de rest van de psalm blijkt dat David dit niet zegt om er maar van af te zijn – hij vraagt God niet om hem maar uit zijn lijden te verlossen. Integendeel: David gaat er vanuit dat God hem ziet en dat hij gered zal worden.

8 Ik zal mij verblijden, juichen over uw trouw,
want u ziet mijn ellende,
u kent de nood van mijn ziel,
9 u laat niet toe dat de vijand mij insluit,
u geeft mijn voeten de ruimte.

David ging door moeilijke periodes heen, maar in Psalm 31 is hij ervan overtuigd dat hij zal gaan overwinnen. Niet omdat hij het zelf allemaal zo goed voor elkaar heeft, maar omdat hij God de controle geeft. Jezus doet precies hetzelfde.

15 Maar ik vertrouw op u, HEER,
ik zeg: U bent mijn God,
16 in uw hand liggen mijn lot en mijn leven, bevrijd mij
uit de greep van mijn vijanden en vervolgers.

David als inspiratiebron

En als je dan de hele psalm leest, dan blijkt dat Jezus zich waarschijnlijk in wel meer delen van deze psalm herkend heeft terwijl hij aan het kruis hing. Bijvoorbeeld:

10 Heb erbarmen, HEER,
want ik verkeer in nood,
mijn ogen zijn gezwollen van verdriet,
mijn ziel en mijn lichaam verkwijnen,

12 Bij allen die mij belagen
wek ik de lachlust,
bij mijn buren nog het meest.
Wie mij kennen zijn verbijsterd,
wie mij zien aankomen op straat
wenden zich af en ontvluchten mij.

13 Vergeten ben ik als een dode, weg uit het hart,
afgedankt als gebroken aardewerk.
14 Ik hoor de mensen over mij fluisteren,
van alle kanten dreigt gevaar.
Ze steken de hoofden bijeen
en smeden plannen om mij te doden.

23 In mijn angst had ik gezegd:
‘Ik ben verbannen uit uw ogen,’
maar u hebt mijn smeekbede gehoord
toen ik u om hulp riep.

Jezus gebruikt de taal van het Oude Testament dus niet alleen om te laten zien dat hij de Messias is of om zijn toespraken kracht bij te zetten, hij gebruikt de Schrift ook om zijn eigen situatie te duiden. Hij identificeert zich met een oudtestamentisch persoon om zo zijn eigen pijn in perspectief te kunnen plaatsen. En als iemand anders eeuwen geleden al precies de juiste woorden heeft gevonden om kenbaar te maken dat hij zich volledig afhankelijk wil maken van God, dan kan Jezus niet anders dan die woorden herhalen: “In uw hand leg ik mijn leven.”


Dit blog maakt deel uit van mijn veertigdagenproject over de zeven kruiswoorden.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *