De overwinningskreet

Veertigdagentijd – week 6, dag 1

30 Nadat Jezus ervan gedronken had zei hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.
(Johannes 19:30)

Het slokje zure wijn stelt Jezus in staat om zijn op één na laatste kruiswoord uit te spreken: “Het is volbracht.” Volgens het Johannes evangelie is het zelfs de allerlaatste uitspraak die Jezus doet voor zijn dood.

Gods grootheid bekendgemaakt

Met deze woorden drukt Jezus de overtuiging uit dat hij zijn taak tot een goed einde heeft gebracht. Hij heeft alles kunnen doen waarvoor hij naar de aarde is gekomen. God heeft zichzelf dicht bij de mensen gebracht op een manier die wij nooit hadden kunnen verzinnen: hij werd zelf een mens. Jezus heeft op zijn drie jaar durende tour door Israël overal vleugjes van God laten zien. Dat werd niet overal gewaardeerd, maar uiteindelijk verzamelde hij een groep trouwe volgelingen die – na een flinke tijd, maar toch – kon zeggen: “Nu begrijpen we dat u alles weet en dat niemand u iets hoeft te vragen, nu geloven we dat u van God bent gekomen.” (Johannes 16:30)

Zodra Jezus eindelijk zeker weet dat hij dit doel bereikt heeft, volgen de gebeurtenissen elkaar in razendsnel tempo op: hij wordt verraden, gevangengenomen, verhoord, gegeseld en gekruisigd. Maar vlak voordat dit allemaal gebeurde had Jezus ook al een “Het is volbracht” uitgesproken, in een indrukwekkend gebed tot zijn Vader:

1 Zo sprak hij. Daarna sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en zei: ‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen. 2 Hij heeft van u macht over alle mensen ontvangen, de macht om iedereen die u hem gegeven hebt het eeuwige leven te schenken.3 Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus. 4 Ik heb op aarde uw grootheid getoond door het werk te volbrengen dat u mij opgedragen hebt.5 Vader, verhef mij nu tot uw majesteit, tot de grootheid die ik bij u had voordat de wereld bestond.
6 Ik heb aan de mensen die u mij uit de wereld gegeven hebt uw naam bekendgemaakt. Zij waren van u, maar u hebt hen aan mij gegeven. Ze hebben uw woord bewaard, 7 en nu begrijpen ze dat alles wat u mij hebt gegeven, van u komt. 8 Ik heb de woorden die ik van u ontvangen heb aan hen doorgegeven, zij hebben ze aanvaard en nu weten ze echt dat ik van u gekomen ben, en ze geloven dat u mij hebt gezonden.
(Johannes 17:1-8)

Het gordijn doormidden

En nu is het voor iedereen duidelijk. Jezus verklaart met zijn zesde kruiswoord in alle openbaarheid dat zijn aardse werk erop zit. Dit is geen wanhopige kreet van een verslagen dwaas. Integendeel: het is een overwinningskreet van de Held die sterker is dan al het kwaad bij elkaar opgeteld, sterker dan welke ontbering ook. Jezus had de mensen die hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen was nu werkelijk tot het uiterste gegaan. (Johannes 13:1)

Doordat Jezus deze zware taak tot een goed einde heeft gebracht, bestaat er niet langer een kloof tussen God en mensen. Op het moment dat Jezus sterft scheurt in de tempel het voorhangsel “van boven tot onder in tweeën.” (Matteüs 27:51) Dat grote gordijn had eeuwenlang tussen het buitenste en het binnenste gedeelte van de tempel gehangen. Het symboliseerde het feit dat God niet toegankelijk was voor zondaren. Maar nu wordt die eeuwenoude barrière van bovenaf doorbroken. Jezus ruimt door zijn lijden en zijn dood alle obstakels uit de weg: iedereen kan rechtstreeks aankloppen bij God.

Het is volbracht. Niets uit je verleden kan je nu nog weghouden van God. En ook al maak je er vandaag of morgen alsnog/ weer een zooitje van, dan nog staat die deur wijd open. Jezus heeft het gordijn niet op een kiertje gedaan, hij heeft het finaal doormidden gescheurd. Zijn liefde gaat tot het uiterste – de rest is aan ons.


Dit blog maakt deel uit van mijn veertigdagenproject over de zeven kruiswoorden.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *