De mens Jezus

Veertigdagentijd – week 5, dag 5

Jezus’ uitspraak “Ik heb dorst” is niet zomaar een trucje om zijn verhaal nog wat beter te laten aansluiten op het Oude Testament of om op poëtische wijze nog eens te refereren aan eerdere gebeurtenissen uit zijn leven. Natuurlijk zijn er verschillende lagen te ontdekken in Jezus’ kruiswoorden, maar voor het vijfde kruiswoord geldt dat we naast de diepere betekenis vooral niet uit het oog moeten verliezen wat er in feite aan de hand is: Jezus toont zijn ultieme menselijkheid.

Jezus heeft namelijk gewoon dorst. Hij heeft zware uren achter de rug, is van hot naar her gesleept, en nu is zijn lichaam uitgeput. Jezus is niet veel luxe gewend, maar een slokje drinken zou er nu toch wel in gaan. Het vijfde kruiswoord laat heel duidelijk Jezus’ menselijke kant zien. Hij is de Zoon van God, hij voert Gods grote reddingsplan uit en is de meest perfecte mens ooit, maar tegelijk is hij ook ‘gewoon’ een mens. Een mens met blijdschap en irritaties, met honger en dorst. Als er iemand is die onze nukken begrijpt, dan is hij is het wel.

Jezus is boos, als de farizeeën iemand geen genezing gunnen op de sabbath:

5 Hij keek hen [de farizeeën] boos aan, maar ook diepbedroefd vanwege hun hardleersheid, en toen zei hij tegen de man die in het midden stond: ‘Steek uw hand uit.’ Hij stak zijn hand uit en er kwam weer leven in.
(Marcus 3:5)

Hij is verontwaardigd wanneer men kinderen bij hem weghoudt:

13 De mensen probeerden kinderen bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen. 14 Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij.
(Marcus 10:13-14)

Jezus is emotioneel na de dood van Lazarus:

32 Zodra Maria op de plek kwam waar Jezus was en hem zag, viel ze aan zijn voeten neer. Ze zei: ‘Als u hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn!’ 33 Jezus zag hoe zij en de Joden die bij haar waren weeklaagden, en dat ergerde hem. Diep bewogen 34 vroeg hij: ‘Waar hebben jullie hem neergelegd?’ Ze zeiden: ‘Kom maar kijken, Heer.’ 35 Jezus begon ook te huilen36 en de Joden zeiden: ‘Wat heeft hij veel van hem gehouden!’
(Johannes 11:32)

En hij is intens blij over het feit dat God zijn redding heeft geopenbaard:

21 Op dat moment begon hij vervuld van de heilige Geest te juichen en zei: ‘Ik loof u, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat u deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt u het gewild.
(Lucas 10:21)

Jezus leeft mee met de mensen die op zijn pad komen:

35 Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal. 36 Toen hij de mensenmenigte zag, voelde hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder.
(Matteüs 9:35-36)

Tenslotte, wat mij betreft een enigszins komisch hoogtepunt. Jezus verschijnt na zijn opstanding aan zijn discipelen. Zijn eerste vraag is…

3 Petrus zei: ‘Ik ga vissen.’ ‘Wij gaan met je mee,’ zeiden de anderen. Ze stapten in de boot, maar de hele nacht vingen ze niets. 4 Toen het al ochtend werd, stond Jezus op de oever, al wisten de leerlingen niet dat het Jezus was. 5 Hij riep: ‘Hebben jullie soms iets te eten?’ ‘Nee,’ antwoordden ze. 6 ‘Gooi het net aan stuurboord uit,’ riep Jezus, ‘dan lukt het wel.’ Ze wierpen het net uit en er zat zo veel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken.
(Johannes 21:3-6)


Dit blog maakt deel uit van mijn veertigdagenproject over de zeven kruiswoorden.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *