Levend water (1)

Veertigdagentijd – week 5, dag 3

Dorst is een terugkerend thema in de Bijbel: door het Oude en het Nieuwe Testament heen komt het steeds weer terug. In het evangelie naar Johannes, waar we ook het kruiswoord “Ik heb dorst” vinden, spreekt Jezus twee keer expliciet over dorst. De eerste keer is hij in gesprek met een vrouw:

5 Zo kwam hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, 6 waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. 7 Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef mij wat te drinken.’ 8 Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. 9 De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om. 10 Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’ 11 ‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘u hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt u dan levend water vandaan halen? 12 U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.’ 13 ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ zei Jezus, 14 ‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’ 15 ‘Geef mij dat water, heer,’ zei de vrouw, ‘dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’
(Johannes 4:5-15)

Een emmer

Het is een compleet andere setting, maar net als aan het kruis vraagt Jezus ook hier om drinken. Hij heeft dorst. Wat volgt is een niet-alledaags gesprek met een Samaritaanse vrouw. Nou was het gesprek sowieso wat vreemd omdat Jezus tegen alle sociale regels inging door een vrouw aan te spreken die ook nog eens Samaritaans was, maar het onderwerp van gesprek is ook bijzonder. Aanvankelijk lijkt het alsof Jezus gewoon een slokje drinken wil, maar daarna blijkt dat het zijn eigenlijke doel is om de vrouw te vertellen over ‘levend water’. In eerste instantie begrijpt de vrouw niet waar Jezus naartoe wil met zijn verhaal: voor water, levend of niet, heb je een emmer nodig. Zo simpel is het. Jezus heeft geen emmer dus dat gaat niet lukken.

Maar Jezus heeft het over water dat je niet uit een put kunt halen. Het water dat hij te bieden heeft is zonder emmer verkrijgbaar voor wie in hem gelooft. En het wordt nog mooier: als je dat water eenmaal hebt, dan zul je nooit meer dorst hebben. Met andere woorden, Jezus biedt mensen volledige voldoening aan. Een leven dat in het teken staat van liefde, tevredenheid, rechtvaardigheid – een leven met God waardoor je geen leegte of verlangen naar iets anders meer zal voelen.

De dorst van de hele wereld

Misschien is er aan het kruis wel net zoiets aan de hand als bij die put. Jezus heeft dorst. Het lijkt alsof Jezus gewoon een slokje drinken wil, maar eigenlijk wil hij ook hier de mensen iets duidelijk maken. Hij is nog steeds de bron van levend water, hij is de toegang tot God. Hij wil nog steeds dat mensen bij hem hun dorst komen lessen, dat mensen via hem God leren kennen.

Jezus geeft met zijn vijfde kruiswoord nog eenmaal aan waarvoor hij gekomen is: om de dorst, de leegte en verlatenheid van de complete mensheid op zich te nemen. Daardoor is God, de Vader, voor iedereen toegankelijk geworden. Zonder kleine lettertjes, zonder emmer. Door Jezus’ dorst hoeven wij nooit meer dorst te hebben.


Dit blog maakt deel uit van mijn veertigdagenproject over de zeven kruiswoorden.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *