De ultieme paradox

Veertigdagentijd – week 4, dag 1

Vandaag start week 4. Dit is het vierde kruiswoord:

45 Rond het middaguur viel er duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. 46 Aan het einde daarvan, in het negende uur, gaf Jezus een schreeuw en riep luid: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat wil zeggen: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’
(Matteüs 27:45-46)

Van God verlaten

Drie uur lang is het donker. God doet in het hele land het licht uit. Hij geeft niet thuis. En Jezus hangt daar moederziel alleen zijn pijn te verbijten. Alhoewel… moederziel alleen? Het is een gek idee dat Jezus zich blijkbaar van God verlaten heeft gevoeld. Hij heeft namelijk zelf gezegd: “Ik en de Vader zijn één.” (Johannes 10:30)

Als Jezus de Zoon van God is, als Jezus een eenheid vormt met God de Vader, hoe kan het dan dat hij aan het kruis uitroept “Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?” Dat is toch een onmogelijke paradox?

Bij het oud vuil

Ik denk dat wij dat nooit helemaal zullen kunnen begrijpen. Het gaat mijn verstand al te boven dat God mens zou willen worden. Ik begrijp niet dat God zich allerlei moeilijkheden op de hals wil halen om ons, mensen, weer op het goede pad te brengen. Wij die hem keer op keer bij het oud vuil zetten.

Als ik God was, dan had ik me er niet aan gewaagd. Ze zoeken het maar uit daar beneden, ze hebben genoeg kansen gehad. En als ik al had ingegrepen, dan had ik toch wel een andere vorm gekozen dan een mens. Kom op, je bent God of je bent het niet.

Maar juist doordat God koos voor de vorm van een nietig mensje liet hij zien hoe groot hij is. God had een bombastische entree kunnen maken in de wereld, maar hij kiest ervoor om de achterdeur te nemen. God hoeft zich namelijk niet te bewijzen. Tegenover wie zou hij dat moeten doen? Alles wat er is heeft hij nota bene zelf gemaakt.

Niet zielig

En dus hangt God nu in de gedaante van een mens aan het kruis. God zelf voelt zich van God verlaten. Volgens mij is dat niet zielig, maar juist groots. God kan zich volledig losmaken van al zijn glorie, hij kan door het stof gaan, maar zelfs dan is hij nog steeds machtiger dan alle wereldleiders en miljardairs samen. Of eigenlijk: juist dan.

Juist de mensen die eigenhandig kiezen voor een nederig bestaan zijn vaak in feite het grootst. Niet op het gebied van geld of landjepik, maar wel op het gebied van het veranderen van mensenlevens. Denk aan de Moeder Teresa’s, de Nelson Mandela’s en de Mahatma Gandhi’s van deze wereld. Of dichter bij huis: de mensen die voor het geluk van de ander gaan, de mensen die durven vergeven, de mensen die geven zonder iets terug te verwachten.

Jezus geeft op dat gebied het meest extreme voorbeeld dat je je kan indenken. Hij liet zich al beroven van zijn vrijheid, zijn reputatie en zijn menselijke waardigheid. Binnenkort zou hij ook zijn leven verliezen. En vlak voor dat moment moet hij zelfs afstand doen van zijn Vader, met wie hij zich al die tijd zo verbonden heeft gevoeld. Dat is pas zelfopoffering.

Een God die door het stof gaat en afstand doet van zijn goddelijkheid. Je moet er maar opkomen. Het is weer een voorbeeld van zo’n revolutionaire derde weg. Juist doordat wij als mensen altijd groter willen zijn dan we eigenlijk zijn, worden we steeds weer geconfronteerd met onze eigen kleinheid. Voor God geldt het tegenovergestelde: doordat hij zich in Jezus klein en nederig maakt, neemt zijn grootsheid alleen maar verder toe.

Ik kan het wel mooi opschrijven, maar snappen doe ik het nog niet helemaal – inderdaad, je bent God of je bent het niet.


Dit blog maakt deel uit van mijn veertigdagenproject over de zeven kruiswoorden.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *