Maria (2)

Veertigdagentijd – week 3, dag 4

Het was haar tientallen jaren geleden, toen Jezus net geboren was, al voorspeld door een oude man in de tempel van Jeruzalem. Haar zoon zou veel mensen ten val brengen of juist laten opstaan, hij zou betwist worden en verzet oproepen. En wat haarzelf betreft: “door uw eigen ziel zal een zwaard gaan.” (Lucas 2:35) Toen Maria daar stond, met de baby Jezus in haar armen, kon ze nog niet vermoeden wat die woorden precies betekenden. Misschien ging er even een rilling over haar rug, maar verder kon ze op dat moment niet zoveel met die woorden.

Weerstand

Daar kwam in de loop der jaren verandering in. Toen Jezus twaalf jaar oud was, waren Jozef en Maria hem drie dagen kwijt in het grote Jeruzalem, terwijl Jezus rustig in de tempel zat te luisteren naar de leraren. Toen ze hem eindelijk vonden beantwoordde hij hun bezorgdheid met een “Waarom hebt u naar me gezocht? Wist u niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?” (Lucas 2:49) – en dat was pas het begin. Vanaf zijn dertigste werd Jezus steeds bekender. Hij verzamelde een groep volgelingen en deed geweldige wonderen, maar tegelijk groeide ook de weerstand tegen hem onder de religieuze leiders. In Nazareth, de plaats waar hij opgroeide, moesten de mensen al helemaal niets van hem hebben (Matteüs 13:54-58).

Jezus leek zich daar zelf niet zo druk om te maken. Op een gegeven begon hij zelfs herhaaldelijk te verkondigen dat hij bespot en bespuwd moest worden, dat hij overgeleverd moest worden, en bovendien dat zijn lijden en sterven onontkoombaar waren. Hij voegde dan nog wel iets toe over na drie dagen weer uit de dood opstaan, maar dat kregen de meesten al niet helemaal meer mee. Het moederhart van Maria zal zich toen steeds meer gevuld hebben met zorgen. Kon Jezus niet een wonder doen waardoor zijn tegenstanders zouden verdwijnen? Al dat gepraat over lijden en sterven, dat kon toch nergens goed voor zijn?

Een bijzonder kind

Maria wist natuurlijk allang dat Jezus een bijzonder kind was. Als je als maagd een bezoekje krijgt van een engel die jou vertelt dat je zwanger zult worden door de heilige Geest en dat je kind ‘Zoon van God’ genoemd zal worden, dan weet je dat er iets uitzonderlijks aan de hand is. Maar toch… uiteindelijk was Jezus voor Maria ook gewoon haar zoon: een jongen die goed moest eten en drinken, die opgevoed moest worden en van alles moest leren. Ze zal af en toe boos op hem zijn geweest en soms zal ze juist ontzettend om hem hebben moeten lachen.

Maar nu is dat kind een volwassen man. Jezus heeft mensen geprovoceerd, maar hij heeft nooit een misdrijf gepleegd. Desondanks hangt hij nu aan het kruis. Niet door overmacht – het hoort bij zijn goddelijke reddingsplan.

Misschien verfoeit Maria daar, aan de voet van het kruis, dat hele goddelijke plan wel. Hoeveel vertrouwen Maria ook heeft in de God die haar haar zoon Jezus schonk en hoezeer ze ook gelooft dat Jezus weet wat hij doet, uiteindelijk is Maria ook maar een mens. Een moeder, die niet wil meemaken dat haar zoon sterft. Ook al heeft ze nog andere zoons en dochters, dat doet er op dit moment helemaal niet toe. Het voelt inderdaad alsof er een zwaard door haar ziel gaat.

Een schouder

Jezus laat met zijn derde kruiswoord – “dat is uw zoon, … dat is je moeder” – zien dat hij oog heeft voor de innerlijke strijd die in Maria gewoed moet hebben. Jezus maakt haar strijd en haar twijfels niet met de grond gelijk, hij komt niet met een gevatte gelijkenis of een berispend vingertje. Hij is lang genoeg onder de mensen geweest om te weten dat het mensen eigen is om continu geplaagd te worden door tegenstrijdige verlangens en ingewikkelde emoties. Jezus weet hoe het is om te huilen om de dood van een geliefde (Johannes 11:35). Hij spreekt Maria daarom niet verwijtend toe, zelfs al kon ze inmiddels weten dat hij weer uit de dood zou opstaan. Hij begrijpt wat Maria doormaakt en daarom weet hij vanuit zijn eigen mens-zijn wat zij nodig heeft: een medemens, een schouder. Johannes’ schouder.

Dat is dus wat dit derde kruiswoord ook laat zien: Jezus was God, maar tegelijk was hij echt een mens van vlees en bloed, zoon van de mens Maria. Geen menselijke emotie was hem vreemd. Hij was bezorgd om zijn familie en vrienden, hij wist hoe zij zich voelden en waar zij behoefte aan hadden. Daardoor begrijpt hij, als God en als mens, ook vandaag de dag wat er in ons omgaat.

Juist omdat hij zelf op de proef werd gesteld en het lijden volbracht heeft, kan hij ieder die beproefd wordt bijstaan.
(Hebreeën 2:18)


Dit blog maakt deel uit van mijn veertigdagenproject over de zeven kruiswoorden.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *