‘Tout est pardonné’

Veertigdagentijd – week 1, dag 2

Je kunt van alles vinden van het blad Charlie Hebdo en zijn makers, maar één ding staat vast: die mensen hebben wel lef. Niet alleen omdat de tekenaars ondanks alle doodsbedreigingen hun cartoons bleven – en blijven – tekenen, maar ook omdat vrij kort na de aanslag een afbeelding op de cover van de nieuwste uitgave verscheen met de opvallende tekst ‘Tout est pardonné’ (‘Alles is vergeven’).

Ik vermoed dat de overgebleven Charlie-redacteuren en de nabestaanden van de omgekomen medewerkers niet werkelijk in staat waren om de daders van de aanslagen zo snel te vergeven. Toch namen ze wel een standpunt in: wij kiezen niet voor bruut tegengeweld, maar voor een (al dan niet cynische) zinspeling op vergeving. Ze zullen het misschien niet zo bedoeld hebben, maar met deze reactie gaven de mensen achter Charlie Hebdo een bijzonder christelijk signaal af.

De beuk erin

‘Alles is vergeven’, ‘ik reken het je niet aan’, ‘zand erover’: het zijn geen zwakteboden, maar juist tekenen van mentale kracht. Jezus slaagt er zelfs in om woorden van vergeving over zijn lippen te krijgen terwijl hij uitgescholden, bespuugd en gepijnigd wordt. Daar is moed en kracht voor nodig. Het is namelijk niet de makkelijkste en meest voor de hand liggende reactie op zo’n moment. De meeste mensen zouden ervoor kiezen om te schoppen, te slaan, te vloeken en te tieren. Want je moet voor jezelf opkomen, toch? Beetje assertiviteit tonen, hoor. Huppakee, de beuk erin.

Maar Jezus heeft een ander plan en een ander doel. Zijn doel is niet om voor zichzelf op te komen, maar om voor anderen op te komen. Juist door niet zoals iedereen de beuk erin te gooien laat hij telkens weer zien wie de sterkste is. Wat voor dilemma Jezus ook voor zijn neus krijgt, hij reageert altijd vanuit liefde en vergevingsgezindheid. Toch is hij geen doetje; het kan soms flink knetteren in zijn aanvaringen met de schriftgeleerden. Volgens mij moet dat af en toe ontzettend irritant zijn geweest voor de mensen om Jezus heen. Wanneer het leek alsof hij nu echt een keer vast zou gaan lopen en tussen twee kwaden zou moeten kiezen, dan vond hij toch altijd weer een derde weg.

De derde optie

Bijvoorbeeld in Matteüs 22:15-22. De Farizeeën hadden een nieuw trucje bedacht om Jezus in de val te lokken: ze vroegen hem of het wel of niet goed was om belasting te betalen aan de keizer. Als Jezus zou zeggen dat het niet goed was, dan zou hij in de problemen komen omdat hij blijkbaar de keizer niet respecteerde. Maar als hij zou zeggen dat het wel goed was, dan joeg hij de joden tegen zich in het harnas omdat hij de keizer blijkbaar belangrijker vond dan God. Jezus vraagt om een muntstuk, bestudeert het aan beide kanten en zegt vervolgens: “Wiens afbeelding staat op deze munt en van wie is het opschrift?” De Farizeeën denken dat ze Jezus nu eindelijk in de hoek hebben gedrukt. “Van de keizer,” antwoorden ze (waarschijnlijk enigszins triomfantelijk). Jezus’ oplossing is helder: “Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.”

Jezus heeft al-tijd gelijk. Elke keer laat hij weer een derde weg zien. Die derde weg is alleen niet een of andere gulden middenweg. Jezus kiest niet voor lauw, voor grijs of voor een slap compromis. Ook wanneer Jezus aan het kruis hangt heeft hij menselijk gezien twee opties: protesteren en vechten, of opgeven en hopen dat de dood snel zal komen. Jezus kiest echter voor een revolutionaire derde optie: hij richt zich niet op zijn eigen situatie, maar op de situatie van zijn beulen. Hij maakt zich geen zorgen om zichzelf, maar om zijn vijanden. Dat is alles behalve een gulden middenweg. Jezus sluit geen compromis met zijn pijn en vernedering, hij stijgt er mijlenver bovenuit. Hij heeft wel wat belangrijkers aan zijn hoofd dan zijn eigen ellende, namelijk: de ellende waar al die mensen om hem heen zich vrijwillig in lijken te storten. Daarom verricht Jezus aan het kruis een heldendaad. Het eerste kruiswoord dat hij spreekt is een woord van vergeving. Mocht hij onverhoopt toch direct al sterven, dan is in ieder geval gezegd wat gezegd moest worden.

Geen haar beter

Je kunt van alles vinden van Jezus en van de Bijbel, maar één ding staat vast: Jezus heeft wel lef. Met zijn revolutionaire uitspraak aan het kruis redt hij niet alleen de omstanders in die tijd, maar ook ons in 2015. Wij zijn namelijk geen haar beter dan de beulen die Jezus ter dood brachten. Tom Wright geeft een pakkende vergelijking: “Vanuit Gods oogpunt is de afstand tussen gewoon zondig (wat we allemaal zijn) en extreem zondig (wat de mensen die ons niet bevallen lijken te zijn) even groot als de afstand tussen Londen en Parijs, gezien vanaf de maan.” Kortom: het verschil tussen ‘wij’ en ‘zij’ is voor God verwaarloosbaar. Wij zijn net zo afhankelijk van Jezus’ vergeving als de ergste beul. Of de meest gewelddadige terrorist.


Dit blog maakt deel uit van mijn veertigdagenproject over de zeven kruiswoorden.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *