Ze weten niet wat ze doen

Veertigdagentijd – week 1, dag 1

Vandaag begint de veertigdagentijd. Voor veel mensen een periode van bezinning, soberheid en solidariteit in de aanloop naar Pasen. Dit blog gaat vooral over dat eerste: bezinning. Door elke dag een moment stil te staan bij een van de woorden die Jezus sprak aan het kruis, kom je steeds even los uit de dagelijkse routine. Hopelijk kan er zo ruimte ontstaan om te (her)ontdekken wat Jezus’ woorden en daden voor jou betekenen.

Geheel volgens plan start vandaag week 1 en dus kruiswoord 1.

33 Aangekomen bij de plek die de Schedelplaats heet, werd hij gekruisigd, samen met de twee misdadigers, de een rechts van hem, de ander links. 34 Jezus zei: ‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.’  De soldaten verdeelden zijn kleren onder elkaar door erom te dobbelen. 35 Het volk stond toe te kijken. De leiders hoonden hem en zeiden: ‘Anderen heeft hij gered; laat hij nu zichzelf redden als hij de messias van God is, zijn uitverkorene!’ 36 Ook de soldaten dreven de spot met hem, ze gingen voor hem staan en boden hem zure wijn aan, 37 terwijl ze zeiden: ‘Als je de koning van de Joden bent, red jezelf dan!’
(Lucas 23:33-37, NBV)

Jezus gekruisigd

Lucas is de enige evangelist die Jezus’ eerste kruiswoord vermeldt: “Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.” Op het moment dat Jezus deze woorden uitspreekt heeft hij – zacht gezegd – al een turbulente dag achter de rug. Hij had eerst nog het pesachmaal gegeten met zijn leerlingen, maar daarna waren de gebeurtenissen in een stroomversnelling terechtgekomen. Eenzaam neergeknield op de Olijfberg had hij een laatste gebed uitgesproken tot zijn Vader, terwijl zijn leerlingen een voor een in slaap vielen. Vervolgens werd hij verraden, gevangen genomen en gemarteld. Na een schimmig proces was hij uiteindelijk veroordeeld tot de straf die bedoeld was voor het uitschot van de samenleving: kruisiging.

Wat mensen doen

En nu hangt Jezus daar. Hij vergaat ongetwijfeld van de pijn, want zijn complete gewicht hangt aan een paar spijkers. Maar toch vindt hij de kracht om te vergeven. Het kruis zorgt er niet voor dat hij zich verlaagt tot het niveau van zijn beulen. Integendeel: hij hangt daar hoogverheven. Zoals Lucas het beschrijft lijkt het wel alsof Jezus bijna hoofdschuddend neerkijkt op wat de mensen rond het kruis aan het doen zijn. Terwijl Jezus, Gods Zoon, aan het kruis alle ellende van de wereld op zich aan het nemen is, zijn de mensen namelijk bezig met… tja, met wat mensen doen.
De soldaten dobbelen om Jezus’ kleding (vers 34);
Het volk kijkt schaapachtig toe (vers 35);
De leiders maken Jezus belachelijk (vers 35);
De soldaten doen er nog een schepje bovenop en bieden hem zure wijn aan (vers 36-37).

Geen wonder dat Jezus nog een zinnetje toevoegt aan zijn “Vader, vergeef hun.” Hij is jarenlang onder de mensen geweest, heeft met ze gegeten en gediscussieerd, heeft ze onderwezen en genezen, en één ding kwam steeds weer naar voren: de meeste mensen snapten het gewoon niet. Ook zijn eigen leerlingen, die dag en nacht met hem optrokken, begrepen niet waar Jezus het over had wanneer hij vertelde dat hij uitgeleverd zou worden en zou sterven, maar na drie dagen weer zou opstaan uit de dood (zie bijv. Marcus 9:31-32).

Bovendien was Jezus zelf mens. Hij was tegelijk ook Gods Zoon, maar toch had hij aan den lijve ondervonden hoe beperkt mensen kunnen zijn in hun doen en denken. Daardoor kon hij nu uit eigen ervaring tegen zijn Vader zeggen: “reken het ze alstublieft niet aan, ze hebben werkelijk geen flauw benul van waar ze mee bezig zijn.”

Jezus zag hen staan

Ook vandaag de dag rommelen we vaak maar wat aan. Net als de soldaten laten we ons soms afleiden door geld en spullen. Net als het volk zijn we soms passief als het aankomt op het maken van een keuze voor Jezus. En net als de leiders laten we Jezus’ ongemakkelijke waarheid soms links liggen en kiezen we liever voor onze eigen waarheid.

Gelukkig is Jezus juist naar de aarde gekomen voor de mensen die het overzicht kwijt zijn, die hun prioriteiten niet op een rijtje hebben, die verkeerde dingen doen of die überhaupt geen idee hebben van waar ze mee bezig zijn (zie ook Matteüs 9:9-13). Jezus kwam voor mensen zoals de soldaten, zoals het volk, zoals de leiders. Al die verschillende mensen stonden misschien niet met de meest heilige intenties bij het kruis, maar toch hadden ze één ding met elkaar gemeen: Jezus zag hen staan. En hij vergaf.


Dit blog maakt deel uit van mijn veertigdagenproject over de zeven kruiswoorden.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *